Deze pagina geeft informatie over de familienaam Lapré
en vervolgens linken naar de parenteel van de verschillende Lapré-takken.
Onderaan zijn ook de personen en takken te vinden, waarbij nog geen aansluiting aan de stamboom Lapré is gevonden.
 
Familienaam Lapré.

I. Nicolaas (Nicolaus) (Claas) Le Pré (Le Pree, Li Pree, Liepre) (1675)
Geboren omstreeks 1670 / 1675
Vermoedelijk Rooms Katholiek
Beroep: spinner te Leiden
Vestigde zich met zijn gezin voor 1723 (waarschijnlijk vanuit Utrecht (of Haarlem)) te Leiden
Woonde van 1723 tot 1725 in de Sliksteeg (tussen het Noordeinde en de Groenhazengracht) aan de Wittepoort te Leiden
Begraven te Leiden (Twee Bolwerken) 27-02-1740 / 05-03-1740
Trouwde circa 1696 / 1697 met Elisabeth (Betje) (Lijsje) Milo (Miloo, Milot, Millot, Mielo)
Ze kregen 5 kinderen, waarvan de oudste zoon: Pieter Le Pré

II Pieter (Petri) Le Pré (Lepre, La Pree, Lipre, Lipree, Lepree, Le Pree, Li Pree, Du Pre, Du Pri, Du Pree) (1698)
Geboren tussen 03-10-1697 en 15-02-1698
Vermoedelijk Rooms Katholiek
Beroep: garenverver(sknecht) en spinner te Leiden
ondermeer in 1737 en 1738 soldaat van de Leidsche Binnenwacht op een soldij van fl. 1 en 8 stuivers per week
Woonde na zijn huwelijk in de Sliksteeg te Leiden
Aangeslagen in het belastingkohier van 1749 voor fl. 8 en 4 stuivers met de aantekening "arm"
Werd als oude man door zijn dochter Jacomijntje verzorgd tot haar vertrek uit Leiden,
ontvangt nadien vanaf 15-02-1780 (dan 82 jaar oud) tot zijn dood:
per week 2 roggebroden en 4 stuivers van het R.K. Armbestuur.
Overleden 03-10-1781 te Leiden, 83 jaar oud
en werd als Pieter La Pree begraven tussen 6 en 13 oktober 1781 te Leiden (Valke Bolwerk)
Trouwde 31-01-1723 te Leiden met Catharina (Katrina) (Katie) (Kaetje) van Angelbeek (Angelbeeck, Engelbeeck, Hamselbeeck, Anenbeeck, Gangelbeeck)
Ze kregen 11 kinderen, waarvan het 5de kind Pieter (Petrus) Lapré (1730)

III Pieter Lapré (1730)
Ook wel "De Indiëganger 2" genoemd. (Zijn neef Thomas is "De Indiëganger 1.)
Geboren 1730 te Leiden
Gedoopt: 17-10-1730 als Petrus Lipré in de R.K. kerk (Kuipersteeg)
Beroep: dienaar der Vereenigde Oost-Indische Compagnie (V.O.C.) kamer Amsterdam.
Vertrekt op 26 mei 1757 als hooploper (lichtmatroos), met een salaris van fl. 7,- per maand,
van de rede van Texel met het schip "Wildrijk" naar Nederlands Indië.
Aankomst op de rede van Batavia 18-03-1758 en vervolgens tot en met augustus 1758 ziek in het hospitaal aldaar.
Vervolgens tot en met oktober 1758 daar als matroos op het schip "Hercules"
Van november 1758 t/m augustus 1759, als matroos in de hoedanigheid van "zeevaerende aen land", werkzaam bij het V.O.C. kantoor te Semarang.
Als laatste, met fl. 14,- per maand (het beginsalaris van een kwartiermeester) werkzaam bij het V.O.C. kantoor te Tegal (Midden Java).
Overleden 25-12-1768 te Tegal.
Pieter Lapré krijgt 2 zonen: Pieter Jacobus Lapré (1761) en Jan Lapré (1768)

De naam Le Pré / Le Pree is rond de periode van Pieter Lapré (1730) veranderd in Lapré.
Pieter Lapré is vertokken naar Nederlands Indië en kreeg twee zonen (2 Lapré's).
Dit verklaart tevens dat veel Lapré's een Indische achtergrond hebben.
Veel Lapré's zijn afstammeling van deze Pieter Lapré (1730), geboren te Leiden en met de VOC vertrokken naar Indië.

IVa Pieter Jacobus Lapré (1761)
Geboren omstreeks eind 1761 te Tegal (Nederlands Indië)
Treedt tegen eind 1780 te Semarang (Nederlands Indië) als soldaat en tamboer in dienst van de Compagnie.
Wordt 1781 overgeplaatst naar Rembang (Nederlands Indië), aldaar vermeld op fl. 11,- per maand.
Komt overwegend als "Lepré" en "Lapré" voor in de Generale Landmonsterrollen tot 1790, en pas in dat jaar ook met de voornaam "Jacobus" erbij.
Is te Rembang in 1816 gecommitteerde t.b.v. de Semarangse wees- en boedelkamer.
Vanaf 1820 of begin 1821 tot 1830 pakhuismeester van het zoutverkooppakhuis in de residentiehoofdplaats Rembang, laatstelijk op fl. 75,- per maand.
Overleden 26-04-1830 te Rembang, oud ruim 68 jaar.
Trouwde in Rembang in 1820 met Alida Barentina Hulsthoff.
Voor zover bekend krijgt hij uit een eerdere verbintenis 1 zoon:
Pieter Jacobus Lapré (1802), en 1 dochter
Paulina Lapré (1818)
Uit het huwelijk met Alida Barentina Hulsthoff krijgt hij drie kinderen:
Gustavus Frederikus Lapré (alias: Gustavus Bout Morgenster Lapré) (1821)
Susanna Barentina Lapré (1824)
Jan Lapré (1829)

IVb Jan Lapré (1768)
Geboren in 1768 te Tegal (Nederlands Indië)
Neemt in 1782 als soldaat dienst bij de Compagnie.
Verblijft vanaf omstreeks 1784 te Soerabaja (Nederland Indië), in 1790 vermeld op fl. 9,- per maand.
Komt in de Generale Landmonsterrollen (net als zijn broer) overwegend wisselend voor als "Lepré" en "Lapré" tot 1790.
In The Java Annual Directory for 1814 nog als "La Pree".
Is omstreeks 1802 assistent voor fl. 20,- per maand, in 1804 absoluut-assistent voor fl. 24,- per maand en tenslotte tot omstreeks 1815 boekhouder.
Daarnaast t/m 1814 lid van de Europese en Inlandse Weeskamer te Soerabaja.
Overleden te Soerabaja op 27-07-1834.
Trouwde 1ste te Soerabaja omstreeks 1795 met Susanna Geertruida Lisnet.
Trouwde 2de te Soerabaja op 19-05-1799 met Adriana Petronella Dreyer (Dreier)

Parenteel van de verschillende Lapré-takken.

Er zijn nu vanaf 'de Indiëganger 2' Pieter Lapré (1730) twee hoofdtakken in de Lapré stamboom, 
namelijk die van Pieter Jacobus Lapré (1761) en Jan Lapré (1768).
Door op onderstaande gekleurde namen te klikken, krijgt u het verdere verloop (parenteel) van betreffende (sub)takken.

IVa Pieter Jacobus Lapré (1761) krijgt uit meer dan 1 relatie 5 kinderen:   

Va Pieter Jacobus Lapré (1802)  krijgt 3 kinderen, waarbij 3 takken doorlopen:
-        VIa Jacobus Willem Lapré (1821) 
         krijgt 6 kinderen, waarbij 3 takken doorlopen:
         -        VIIa Johannes Clement Lapré (1846) 
         -        VIIb Gustavus Bout Morgenster Lapré (1847)
         -        VIIc Frederik Frits Lapré (1849) 
-        VIb Arnoldus Barentinus Lapré (1824)
-        VIc Willem Frederik Lapré (1826)
             
                                                                                         
Vb Paulina Lapré (1818) 

Vc Gustavus Fredericus (Gustavus Bout Morgenster) Lapré (1821)  
krijgt 10 kinderen, waarbij 6 takken echt doorlopen: 
-       VId Gustaaf Frederik Lapré (1841)

        krijgt een klein zoon: 
        -        IXa Arthur Mess Lapré (1913)
-       VIe Pieter Jacobus Lapré (1844)
        Krijgt 14 kinderen, waarbij 6 takken (de ene meer dan de andere) doorlopen:
        -        VIId Frederik Adolf Lapré (1864)
        -        VIIe Charles Herman Theodorus Lapré (1868)
        -        VIIf Johan Pieter Lapré (1883)
        -        VIIg Christiaan Herman Lapré (1888)
        -        VIIh Ferdinand Lapré (1899)
        -        VIIi Willem Lapré (1901)
-       VIf Eugenie Lapré (1846)
-       VIg Dirk Bernardus Lapré (1847)
-       VIh Hendrik Gustaaf Beckman Lapré (1849)
-       VIi George Gustave Lapré (1875)

Vd Susanna Bernatina Lapré (1824)

Ve Jan Lapré (1829) 


IVb Jan Lapré (1768) krijgt in ieder geval 5 kinderen. 
De tak Jan Lapré (1768) is kleiner dan de tak Pieter Jacobus Lapré (1761)

Nog geen aansluiting gevonden.....

Er zijn ook takken die 'vastlopen'. Het lukt daarbij (nog) niet om aansluiting te vinden aan 'de grote' Lapré-stamboom..
Mocht u meer informatie weten, dan vernemen we dat graag. stamboom@lapre.nl
De vastlopende takken zijn o.a.:

Cecille Lapré (1922)

Femica Lapré (1864) 

Maria Lapré (1846)

Maria Lapré (1906) ofwel Rasijah 

Sabina Lidwina (Linda) Lapré (1967)  

Suzanne Gerdienne Lapré (1882)

Er is een Stephanus Sumingan Lapré die zijn achternaam moest veranderen (omdat hij in Indonesië wilde blijven) in Soemodihardjo.
Hier ontstaat een nieuwe Soemodihardjo-tak.
Stephanus Sumingan Lapré (1914) Soemodihardjo 


De gegevens I t/m IV zijn verstrekt door De Indische Navorscher en aangevuld door H.M. Morien en E.F. Lapré.

Lapré Holding B.V.
stamboom@lapre.nl